Naaktslakken

 








Voeg deze pagina toe aan je RSS-reader

Add to Google

Glossodoris atromarginata

(Cuvier, 1804)

Glossodoris soorten wiegen hun kieuwen ritmisch heen en weer. Wanneer ze groter worden krijgen ze een secundaire spiraal van kieuwen. Deze beide eigenschappen bevorderen de ademhaling.
Glossodoris atromarginata
Deze foto werd genomen door Patrick Van Moer 20 januari 2006 in Lembeh.

   
Suborde: Doridacea (Sterslakken)

Familie: Chromodorididae (Kaalslakken)

   
Omschrijving: Glossodoris atromarginata heeft heel veel verschillende verschijningsvormen. De meeste variaties zijn dikwijls niet plaatsgebonden.
De lichaamskleur kan wit, crème , lichtgeel of bruin zijn. Een submarginale band is lichter van kleur. De marginale band kan een band zijn of een fijne lijn, donkerpaars of zwart. De rinophorenzakjes zijn zwart of bruin omboord, het kieuwzakje echter niet. De rinophoren hebben een crèmeachtig witte stengel en de lepel is zwart, met al dan niet een witte punt en een witte lijn aan zowel de voor- als de achterkant. De kieuwen zijn wit bedekt met een bruine of zwarte waas. Soms lijken ze alleen maar zwart. Bij de meeste exemplaren zijn de grote ondoorzichtige submarginale mantelklieren duidelijk zichtbaar.
Qua vorm kan de soort herkend worden aan het hoge, uitgerekte lichaam waarvan de mantel bijna reikt tot aan het uiteinde van de voet. De mantel hangt nauwelijks over de voet. De heel erg golvende mantelrand is een heel opvallend kenmerk. Meestal zijn er aan beide zijden twee primaire golven tussen de rinophoren en de kieuwen en één achter de kieuwen. En dikwijls zie je nog meerdere secundaire golven.
De kieuwen zijn erg eenvoudig. Ze zijn geplaatst in de vorm van een hoefijzer, met de opening naar achter en rond de anus. Beide uiteinden van de boog buigen naar binnen en vormen zo een secundaire spiraal. Tijdens het kruipen bewegen de kieuwen ritmisch op en neer.

Lijkt op: Er bestaan enkele andere soorten die uiterlijk bijna niet te onderscheiden zijn van Glossodoris atromarginata
G. angasi heeft een minder stijf lichaam dan G. atromarginata en de mantelrand is minder gegolfd.

Lengte: 100 mm

Voedsel: verschillende soorten Kiezelsponzen waaronder de families Thorectidae, Fasciospongia, Spongiidae en Irciniidae

Leefgebied: baai, externe riffen, ondiepe koraalriffen
dikwijls in de eulitorale zone

   
Verspreiding: van de Rode Zee tot de westelijk Pacific waaronder New South Wales, Queensland, Papua Nieuw-Guinea, Tanzania, Okinawa

   
Informatiebronnen:
http://www.edge-of-reef.com
http://www.vliz.be
http://www.seaslugforum.net
http://vieoceane.free.fr
http://rfbolland.com


   


 
 
Deze website werd voor het laatst bijgewerkt op 03-09-09.
© Natasja Vandeperre