Chromodoris dianae(Gosliner & Behrens, 1998)
|
Chromodoris dianae wordt gemakkelijk waargenomen met opgeheven hoofd en uitgestrekte rinophoren om chemische signalen te ruiken. David W. Behrens noemde het slakje naar zijn vrouw Diana. |
Deze foto werd genomen door Patrick Van Moer 26 april 2005 in de Filipijnen.
|
| Engelse benaming: |
Chromodoris "powder blue"
|
| |
|
| Suborde: |
Doridacea (Sterslakken)
|
| Familie: |
Chromodorididae (Kaalslakken)
|
| |
|
| Omschrijving: |
De poederachtige blauwe kleur van de mantel is moeilijk te beschrijven omdat er geen sprake is van een echt blauw pigment. De kleur is eigenlijk te weiten aan een fijne bedekking van wit op de interne blauwe lichaamskleur. Verder heeft C. dianae een witte mantelrand, oranje gepunte witte kieuwen en oranje rinophoren. Er bestaat een zeldzame kleurvariatie met oranje vlekken langs de mantelrand en oranje lijnen op het externe gedeelte van de kieuwen. Alhoewel er veel variaties bestaan, is er een gemeenschappelijk kenmerk in de onderbroken zwarte submarginale band en de ovale zwarte vlekken langs de middellijn van de rug. De submarginale band kan volldig zijn behalve in de buurt van de rinophoren maar het kan ook een reeks punten of strepen zijn. De breedte en de vorm van deze band kan variabel zijn. Naar het midden van het dier kan de band dichter bij de middellijn voorkomen. Elke exemplaar heeft een vlek of lijn tussen de rinophoren. Meer naar achter toe komen de twee submarginale banden samen achter de kieuwen of wordt onderbroken door een zwarte vlek achter de kieuwen. Bij sommige exemplaren vormen lange ovale vlekken een zandloperpatroon in het midden van de rug.
|
| Lijkt op: |
Er bestaat een kleurengroep van blauwe Chromodorissen in een zelfde verspreidingsgebied, waartoe vijf soorten behoren: Chromodoris annae, C. elisabethina, Chromodoris lochi, C. willani en Chromodoris dianae. C. dianae wordt herkend aan de typische kleur van de kieuwen, samen met de witte mantelrand. Bij zowel Chromodoris lochi als C. willani zijn de donkere lijnen op de rug lang en ononderbroken. C. willani heeft daarbij opvallende witte spikkels op de kieuwen en de rinophoren.
|
| Lengte: |
20 mm
|
| Voortplanting: |
afgeplatte eierlinten
|
| Voedsel: |
Sponzen waaronder Petrosaspongia
|
| Leefgebied: |
relatief ondiep water op rifmuren en drop-offs 10-30 meters diep
|
| |
|
| Verspreiding: |
Indonesië: Bali, Sulawesi, de Molukken Filipijnen, Okinawa Maleisië: Borneo
|
| |
|
| Informatiebronnen: |
http://www.edge-of-reef.com http://slugsite.us http://www.seaslugforum.net
|
| |
|
|