| |


|
Lichaamsdelen van naaktslakken
De cerata
Het woord ‘ceras’ (mv ‘cerata’) is afkomstig van het Griekse woord ‘keratos’, wat ‘hoorn’ betekent en verwijst naar de vorm.
Cerata zijn buisjes gevuld met bloed, die een darmkanaaltje bevatten. Ze zijn er in verschillende vormen. De meeste zijn taps en buisvormig zijn, maar ze kunnen ook heel erg opgeblazen, groot of afgeplat zijn. Meestal is het darmkanaal een onvertakt kanaal bekleed met spijsverteringsklieren.
Alle aeoliden hebben deze aanhangsels op de rug. De cerata hebben meerdere functies:
- Kieuwen
Zijnde dunwandige zakjes bloed, hebben ze voornamelijk een functie als kieuw.
- Gasuitwisseling
Door de aanwezigheid van een darmkanaal is het een ideaal orgaan voor de uitwisseling van gassen en moleculen met de bloedsomloop.
- Verdediging
De uiteinden van de cerata bevatten meestal een zakje dat cnidosac wordt genoemd. In de cnidosac worden de netelcellen, die afkomstig zijn uit het voedsel van de naaktslak, opgeslagen. Aeoliden kunnen deze netelcellen afvuren om zichzelf te verdedigen.
Aeoliden, die zich met zachte koralen voeden, hebben geen cnidosac. Netelcellen van zachte koralen zijn immers waardeloos om te gebruiken als verdediging. In plaats daarvan produceren hun cerata een plakkerig slijm aan de uiteinden van de cerata.
Phyllodesmium soorten kunnen hun cerata laten afvallen wanneer ze aangevallen worden.
- Camouflage
Dikwijls hebben de cerata een doorzichtige of doorschijnende huid. Dan wordt de kleur van de naaktslak bepaald door de kleur van de darmkanaaltjes, die dan weer afhankelijk is van de kleur van het voedsel. Door van voedsel te veranderen kunnen aeoliden van kleur veranderen en zich dusdanig camoufleren.
|
|