Beschrijving
Eenvoudig gezegd, zien naaktslakken eruit als een slak zonder schelp. Deze schelp zijn ze in de loop van de evolutie verloren. Zonder deze schelp is het gemakkelijker om zich voort te bewegen. De kieuwen bevinden zich nu zonder bescherming op de rug. Vandaar de term Nudibranchia (Nudi = naakt en branchia = kieuwen).
Bij sommige soorten staan de kieuwen in een bosje bij elkaar, anderen hebben dan weer vingerachtige uitsteeksels op hun rug. Deze uitsteeksels worden cerata of papillen genoemd en zorgen niet alleen voor gasuitwisseling, maar zijn ook dikwijls een afweermiddel.
Naaktslakken 'ademen' echter niet alleen via hun 'kieuwen', maar ook via hun huid.
Naaktslakken hebben orale tentakels, waarmee ze kunnen voelen, proeven en ruiken.
De tentakels op hun kop zijn dan weer rinophoren, sensoren waarmee ze voedsel en een partner zoeken.
Naaktslakken zijn niet altijd fel gekleurd. Soms zijn ze subtiel gekleurd, zodat ze bij wijze van camouflage, kunnen versmelten met de achtergrond.
|